In het maartnummer van Straatjournaal nodigden we iedereen uit mee te doen aan onze Grote Schrijfwedstrijd. Een jury boog zich over de pennenvruchten en stelde na rijp beraad een winnaar vast. Emmy Grooff heeft met haar verhaal Met een grote boog de eerste prijs gewonnen, bestaande uit een boekenbon van 25 euro. Op de tweede plaats is geeindigd Elise Broeks. Het winnende verhaal leest u in Straatjournaal, maar ook deze prachtige ‘zilveren’ inzending willen we u niet onthouden. Het verhaal van Elise Broeks leest u hieronder.

 

‘Geen-ik-zeggen’ krijgt meer dan een miljoen clicks

Door: Elise Broeks

“Hier heb ik echt geen seconde over nagedacht”, zegt Anna, “dat dit kon gebeuren.” Haar gebruinde benen bungelen tussen de spijlen over de rand van het balkondak van de St.Bavo. Ze hijgt nog van de vlucht over de trappen naar boven en zet haar pet achterstevoren zodat haar voorhoofd kan opdrogen. Onder haar fluoriscerend oranje Nikes ligt een glanzende watermassa: de Grote Markt.

“Net Venetië”, grijnst een stem achter haar. Anna kijkt om. Een man in een doffig beige regenjas met achterovergekamd grijsglanzend haar balanceert tegen het schuine dak.

“Venetië is geweldig”, zegt Anna, “vooral als het onder water staat, maar ik heb nu wel net een huis gekocht. Daar ongeveer.” Ze wijst richting oneindige waterplassen aan de horizon. “Ergens daar. Een huis aan“, benadrukt Anna, “het water, volgens de artist’s impression van de makelaar. Niet in het water. Honderdtwintig procent kans op droge voeten, gaf hij me, na al die droge zomers.”

“Vergat ie zeker dat de bodem verhardt en het water niet weg kan nu de zeespiegel stijgt”, zegt een vrouw die bezig is op handen en voeten langs de betonspijlen te kruipen. Haar blonde lange haren vormen op haar achterhoofd een warrige bol. Ze gaat naast Anna zitten en steekt een sigaret op, die ze losjes tussen haar vergeelde vingertoppen laat bungelen: “Het is wel prachtig, dit uitzicht. Kijk! Een aalscholver! Ik word er haast emotioneel van, zie je dat!”

“Okéee …. “, reageert Anna neutraal, bedenkend hoe het kwam dat, wanneer je dan spontaan de St.Bavo op moest sprinten vanwege het hoge water, dat zij dan uitgerekend met deze twee mensen hier belandt. En waarom hijgen ze helemaal niet? Zitten ze hier soms altijd al ofzo? Opeens verlangt ze sterk naar een paar normale Instagramposts van shiny mensen die haar leven een beetje dagelijkse structuur geven en pakt haar mobieltje uit haar korte broek.

“Het leven op straat is iedereen nu wel een beetje too muchgeworden”, zegt de magere, lange man in een regenjas. Hij wijst op de mensen op de daken om hen heen. Overal leunen plukjes mensen op de hoogste balkons en daken. Sommigen hebben T-shirts om hun hoofd gebonden, anderen schreeuwen naar elkaar van dak tot dak. Er wordt veel gebeld en foto’s gemaakt en geschreven. Het is bloedheet, na een week onafgebroken stortregens.

“Als het straks donker wordt … dan kan het wel eens heel donker worden”, zegt de man.

“Voor het zover is komen ze wel redden”, zegt Anna zonder op te kijken van haar mobiel. Ze knikte met haar hoofd schuin naar boven. “Die drone daar filmt al een tijdje”.

“Zullen we niet eens in het trapgat kijken?” zegt de vrouw enthousiast, “misschien daalt het al.”

“We? We? Je bedoelt ik”, gromt de man, “is al net als vroeger thuis hier, altijd hetzelfde.”

Hij loopt naar het trapgat en kijkt erin: “Dat ziet er niet goed uit, kan het zijn dat zoiets de plankieren omhoog stroomt? Nog wat stijging en dan liggen wij er ook in.” Hij blikt omhoog naar de toren. “Of we moeten daar heen. Dat kan altijd nog.”

“Dus dan zitten we nog wel even vast hier”, zegt de vrouw. “Laten we het over de zin van het leven hebben, iets positiefs. Maar eerst een voorstelrondje: ik ben Brigitte”.

“Frits”, zegt de man. Hij gaat soepel in kleermakerszit aan de andere kant van Anna zitten, een stukje verderop.

“Ik ben Anna”, zegt Anna met tegenzin. “En met die zin van het leven, doe dan ook meteen Mars en de toestand in het heelal erbij en kun je niet een beetje opschuiven, dit dak is heel ruim.”

“Of zullen we anders een spelletje spelen”, stelt Brigitte voor. ‘Anna, wat een mooie naam, kijk daar” ze wijst naar een stenig punt net boven water: “jouw letters staan nog net boven water, Lautje houdt m hoog, de A.!”.

“Spel-le-tje”, zegt Anna traag, “wow!”

“Ja”, zegt Brigitte, “geen ‘eh’, of geen ja of geen nee. Of wat ik heel erg, heel erg, echt kan aanbevelen is: geen ik zeggen. Hou oud ben jij Anna?”

“Ik ben ….”

“Af”, Brigitte glimlacht lief.

“Eigenlijk heb ik hier niet zo’n …. ”

“Afff!” zeggen Frits en Brigitte in koor.

“Oké, Nu ben ik”, zegt Frits.

“Meteen aaaafffff”, giert Brigitte.

“Maar ik was nog niet eens begonnen …. ”

“Weer aaaafff.” Frits moet ook lachen.

“Oké,” zegt Anna, “best wel goed spel, moeil-ik.”

“Die hoorde ik’, zegt Frits, “maar die telt niet, dat is geen ik.”

“Dubbel af”, grijnst Anna.

“Wacht eens even”, zegt Frits, “wat voor mobieltje heb jij daar?”

“Een iPhone 2020… “, antwoordt Anna.

“Af!”

Anna moet lachen.

Even waren ze Venetië-aan-het-Spaarne vergeten.

Het wordt nu langzaam donker om hen heen. Ze hoort het water klotsen tegen verkeersborden en ruiten. Geen mensengeluiden meer.

“Misschien even op die site kijken” zegt Anna, “heette die niet Overstroomik.nl

“Affffff”, zeggen Frits en Brigitte in koor.

“Die site kan je nu echt niet voorlezen”, zegt Anna, “staat vol met het i-woord., laat maar.”

“In China hebben ze een app die heet WeChat”, weet Frits.

“Daar doen ze dan waarschijnlijk aan ‘geen-wij-zeggen’ bij overstromingen”, zegt Anna.

“Op de site overstroomwij.cn”, vult Brigitte aan.

“Overstroomons”, zegt Frits, “dat is correcter, taalkundig gezien.”

“Wat zullen we hierna gaan doen?” vraagt Brigitte.

“Slapen”, zegt Frits. “En daarvoor” hij haalt rinkelend biertjes uit zijn linnen tas, “dit om af te koelen en op te warmen”.

Ze leunen achterover, tegen het schuine dak. De dakbedekking is warm en vochtig. “Heb je plek genoeg daar?”, vraagt Anna aan Brigitte. Frits is op een meter of twee gaan zitten, omdat hij ruimte nodig heeft, zegt hij. Maar hij zakt langzaam opzij tot vlak naast Anna.

Dit is best oké, denkt Anna terwijl ze haar sportschoenen uitdoet en achter haar in de goot legt. Dan ziet ze het kleine afdakje met eronder een deur en een uitgesleten spoor er naartoe.

Ze kijkt opzij naar de rustig ademende lijven van twee onbekenden met namen naast haar. Ze nemen niet veel plek in. Af en toe richten ze hun hoofd op en nemen een slok uit hun flesje. Onder Frits’ hoofd ligt opgevouwen zijn beige regenjas.

Dit is behoorlijk oké, denkt Anna en denkt na over het i-woord dat een soort verdwenen is. Ze bekijkt Brigitte die routineus met haar achterhoofd tegen het dak ligt en relaxed verwonderd naar de sterren staart.

Achter de spijlen van de St.Bavo vallen ze in slaap, pré-Corona-dicht op elkaar, wanneer precies weten ze niet, ze merken de muggen niet eens.

Die nacht wordt heel de stad dak voor dak gered.

Eén dak niet. De dronenvideo gaat viraal. Bijna een miljoen vind-ik-leuk-ers besluiten samen de drie mensen op het dak van de St.Bavo door te laten slapen. Ook omdat het er mooi uitziet. •